Creatieve Bezigheden

Schilderkunst, Fotografie & Genealogie door
Jacqueline Gruppelaar

Genealogie

Verhalen over mijn voorouders Gruppelaar
Genealogie

Mijn voorouders Gruppelaar
en de Zeevaart



Januari

2024    

Januari 2024

Belevenissen van mijn overgrootouders Jakob en Marchiena


Overgrootvader Jakob Gruppelaar is geboren op 20 oktober1853 te Veendam en is overleden op 13 september 1904 te Rotterdam, oud 50 jaar. Hij trouwde met Marchiena Nieboer op 4 december1879 te Nieuwe-Pekela. Marchiena Nieboer is geboren op 9 december1856 te Oude-Pekela en is overleden op 21 april 1909 te Rotterdam, oud 52 jaar.

Mijn overgrootmoeder Marchiena Nieboer is de dochter van Harm Harmszoon Nieboer. Hij is geboren op 2 oktober 1823 te Nieuwe-Pekela en is overleden op 9 april 1885 te Leith in Engeland, oud 62 jaar. Martha Deddes van Wijk is haar moeder. Zij is geboren op 7 november 1828 te Nieuwe-Pekela en overleden op 30 juli 1905 te Rotterdam, oud 77 jaar.

De vader van mijn overgrootmoeder Marchiena, Harm Harms Nieboer werd, na het doorlopen van alle rangen, kapitein, “een schipper naast God.” Dit was voor een schipper een gewone uitdrukking. Hij had het gezag en eiste aan boord totale gehoorzaamheid van zijn bemanning. Hij was eerder getrouwd met Elisabeth Harms Gelms. Na een kort ziekbed overleed Elisabeth op 12 augustus 1849. Dit bericht van overlijden werd pas op 17 oktober 1849 vermeld in het scheepsjournaal van het Nederlandse Kofschip van Harm Harms Nieboer. Zijn schip lag toen te Colberg. Deze kustplaats ligt in Polen en heet tegenwoordig Kolobrzeg.

Helaas is kort na het overlijden van zijn vrouw Elisabeth, ook nog zijn stuurman overleden. Op dinsdag 14 augustus 1849, om ongeveer 10 uur, overleed na een kortstondige ziekte de stuurman Wubbe Adams Wijkman, oud 48 jaren, afkomstig uit Oude Pekela. Berichten deden er lang over voor ze ontvangen werden.

Harm Harms Nieboer, 27 jaar oud, trouwde 19 februari 1851 voor de tweede keer met Martha Deddes van Wijk. Pas getrouwd met Martha maakte hij hachelijke avonturen mee op zee.

Het Veenkoloniaal museum heeft voor extra historische documentatie mijn boek, “Familielijnen, een reis naar vroeger”, ontvangen in pdf-formaat. Verschillende hoofdstukken in dit boek gaan over de Oostzeevaart in de negentiende en achttiende eeuw, een bijzondere historie.

Volgende maand schrijf ik weer verder….

Februari

2024    

Februari 2024

Verhalen uit mijn boek, Familielijnen, een reis naar vroeger

Vervolg van de avonturen van de voorouders, schippers tijdens de koloniale scheepvaart.


Schipper Harm Harms Nieboer is ver van huis en met zijn schip, richting Rusland gevaren. Hij had last van ijsvorming en dat veroorzaakte problemen. Hij kwam vast te zitten in het ijs en hij werd eruit gesleept met behulp van een stoomboot. In de Nieuwe Rotterdamse Krant werd dit ongeval vermeld.

23 november 1852 NRC – Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Pillau (opm.: Baltyisk), 17 november.

De Nederlandse kof “Martha” met kapitein Nieboer is hier heden, geholpen door de stoomboot Mercar, welke een doortocht door het ijs gebaand heeft, van Koningsbergen (Kaliningard) gearriveerd.

De haven Pillau of Baltiysk ligt tegenwoordig in Rusland in de omgeving van Kaliningard. Varen op de Oostzee was een hachelijk avontuur. Harm was overgeleverd aan de kracht van de natuur. In de winter was varen met zijn zeilschip, “Martha” niet mogelijk. Storm en ijsgang kwamen geregeld voor in dat jaargetijde. De vorst maakte een veilige haven onbereikbaar. Toch waagde Harm Nieboer zich in februari 1853 alweer op zee.
Misschien had hij eerst een afscheidsdienst meegemaakt in de kerk en was hij daarna, net als vele andere zeelieden, vroeg in het voorjaar vertrokken naar zee. In ieder geval was in zijn woonplaats Veendam het houden van een afscheidsdienst gebruikelijk. De meeste zeelieden waren godsdienstig. In de negentiende eeuw waren bijna alle schippers aangesloten bij een kerkgenootschap.
In de eerste helft van deze eeuw was het ondenkbaar niet godsdienstig te zijn. Bovendien kon een kerklid bij ziekte en armoede of ouderdom een beroep doen op hulp van de diaconie. De ideeën van de verlichting, dat niet God in woede de bliksem op aarde liet neerdalen en een besmettelijke ziekte geen straf van God was, hadden nog weinig invloed op de schippers. Het bestaan van God werd niet betwist. Moderne inzichten waren zeker in de eerste helft van de negentiende eeuw te verstandelijk. Het religieuze gevoel ontsnapte aan tijd en ruimte.

Maart

2024    

Maart 2024

Belevenissen van kapitein Nieboer, de vader van mijn overgrootmoeder Marchiena Nieboer.


Problemen door storm- en ijsvorming op de Oostzee. Na de winterstop ging de vader van Marchiena, Harm Nieboer in het jaar 1853 weer op reis. De zeelieden uit de Veenkoloniën vertrokken per beurtschip of diligences of met eigen rijtuig weer naar hun schip in de haven. Schipper Harm Nieboer was er vroeg bij. Had hij nog maar even gewacht. In februari van het jaar 1853 ondervond hij veel problemen door storm en ijsvorming. Het barkschip, een zeilschip met drie masten, kwam in Zweden bij Laholm in het Kattegat, achter kaap Kullen op het strand terecht en werd gelukkig zonder schade weer vlot getrokken. Wel moest de lading helaas gelost worden om het schip recht te kunnen trekken.
In verschillende kranten werd over dit ongeluk geschreven.

25 februari 1853 NRC – Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Travemünde, 21 februari.
In de nacht van 19 op 20 dezer is een Nederlands schip, waarschijnlijk de Martha, kapitein Nieboer, in het Pfahlrack ten gevolge van storm en ijsgang op strand gedreven. Hetzelve zal hoogstwaarschijnlijk moeten lossen om weder vlot te komen.

01 maart 1853 NRC – Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Travemünde, 25 februari.
Het schip Martha, kapitein Nieboer, hetwelk als vroeger gemeld in het Pfahlrack aan de grond en in het ijs bezet geweest is, is gisteren zonder schade vlot gekomen.

04 maart 1853 PGC – Provinciale Groninger Courant. Het schip Martha, kapitein Nieboer in het Pfahlrack aan de grond geraakt, is de 24e februari zonder schade weder in vlot water gekomen.

In 1867 ging het weer mis. Zijn schip, “Martha,” werd doormidden gesneden door het ijs.

11 januari 1867 Alg. Handelsblad. 6 januari 1867 vaart hij met het schip “Martha” van Dantzig naar Harlingen. Het schip wordt de Bremerhaven in gesleept, het is vol water en van het ijs doorsneden.
Aan boord had kapitein Nieboer een lading hout. Op deze lading hout werd het schip de voorhaven ingehaald. Al snel was duidelijk dat hij het schip moest verkopen.

April

2024    

April 2024

Belevenissen van kapitein Nieboer, de grootvader van mijn overgrootmoeder Marchiena Nieboer.


Deze Harm Harms Nieboer ervaart tijdens de Franse overheersing van keizer Napoleon veel problemen op zijn zeereizen.

De grootvader van Marchiena Nieboer, Harm Harms Nieboer, is geboren op 5 december 1792 te Oude-Pekela en hij is overleden op 23 mei 1886 te Nieuwe-Pekela. Op zee heeft deze Harm Harms Nieboer heel wat meegemaakt.

Op dertienjarige leeftijd begon de grootvader van Marchiena met varen op Franse kapers en oorlogsschepen. Kapen en leegroven van schepen was lange tijd een volslagen legitiem tijdverdrijf. Althans, als de schipper een ’kaperbrief’ had. Tot in de negentiende eeuw kon een vorst of overheid zulke brieven aan particulieren uitgeven, die daarmee het recht verkregen om koopvaardijschepen van de vijand te overvallen. Het was voor vorsten in oorlogstijd een manier om de vijand extra dwars te zitten. Het was piraterij in dienst van een land. Een piraat was echter geen kaper. Een piraat enterde en roofde alleen schepen leeg voor eigen belang.Op de zeilschepen leerde grootvader Harm Harms Nieboer van alles over het zeemansleven. Ongetwijfeld kwam hij veel te weten over het gebruik van kompas, de sextant en koersberekeningen. Het was een hard leven aan boord van deze zeilboten in oorlogstijd.

Misschien was Harm Harms Nieboer tijdens de overheersing van Napoleon, keizer vann Frankrijk, wel in dienst van de kaper Robert Charles Surcouf. Deze kaper kwam uit St. Malo en werd geboren op 12 december 1773 en overleed op 8 juli 1827. Surcouf was een beruchte kaperkapitein, die vooral streed tegen de Britten op zee. Van 1793 tot 1815 voerde Napoleon oorlog tegen de Britten. Napoleon probeerde de Engelsen een hak te zetten door economische blokkades. Dit had gevolgen voor zowel de Engelsen als de Europeanen. De belasting was hoog en in Europa kreeg men te maken met gebrek aan goederen. De Engelsen gingen de strijd niet uit de weg. Zij beschermden hun koopvaardijschepen met oorlogsschepen om Franse kapers geen kans te geven.

Harm Harms Nieboer had het in deze periode van 1805 tot 1815 niet gemakkelijk op zee. Hij werd op verschillende momenten gevangengezet in St. Malo, Nantes en Londen. In 1815 keerde hij terug naar Nederland. Napoleon was verslagen bij Waterloo en Harm Harms Nieboer kon naar zijn vaderland vertrekken.

Mei

2024    

Mei 2024

Belevenissen van overgrootvader Jakob Gruppelaar en overgrootmoeder Marchiena Nieboer.


Mijn overgrootvader Jakob Gruppelaar,1853-1904, woonde tot zijn huwelijk met zijn ouders aan de Zuidwendingerdiep te Veendam. Jakob was toen hij trouwde op 4 december 1879 met mijn overgrootmoeder Marchiena Nieboer,1856-1909, handelsagent en koopman. Een handelsagent bemiddelde tussen koper en verkoper. Hij werkte op zelfstandige basis als klantenwerver. Met zijn achtergrond van een familie van kustvaarders kon Jakob goed bemiddelen tussen koper en verkoper van goederen, die de zeelieden naar Veendam brachten. Bovendien is hij voordat hij koopman werd, zelf een periode matroos geweest op de zeilschepen, die naar de landen rondom de Oostzee voeren om vracht op te halen. Jacob werd op twee monsterrollen genoemd als matroos. Monsterrollen zijn contracten tussen schipper en bemanning. Monsterrollen werden ingevoerd door Piet Pietersen Heyn, meestal Piet Hein genoemd. Hij leefde van 1577 tot 1629. Hij was een Nederlands luitenant-admiraal en commandant van de West-Indische Compagnie. Dit bedrijf voerde handel in West-Afrika, de Caraïben en Amerika.

Piet Hein kreeg meer bekendheid als kaper van de zilvervloot in 1628 dan uitvinder van monsterrollen.

Monsterrol: 1873-71 Scheepsnaam: Afina. Scheepstype: Schoener. Grootte: 197.

Bewaarplaats: Delfzijl, Gemeentearchief (Delfzijl).

AchternaamVoornaaamRangGageWoonplaatsLeeftijd
BoswijkNannekapiteinniet vermeldNieuwe Pekela43
GruppelaarJacoblichtmatroos30Veendam19


Het is niet bekend waarom overgrootvader Jacob gestopt was met het beroep van zeeman op de buitenvaart. Een persoonlijke reden kon zijn dat hij een lichaamsgebrek had. Op 25 mei 1873 was hij op grond van deze beperking al uit de militaire dienst ontslagen.

Voor matroos Jakob met zijn lichamelijke beperking was het zwaar werk en niet altijd zonder gevaar voor eigen leven. Ongelukken bij het lossen en laden kwamen geregeld voor en vele schepen verdwenen in de golven als er storm was. De schepen waren relatief klein. De boot was onverwarmd en de accommodatie was slecht.

Eind negentiende eeuw was er sprake van een terugval voor de handel met de kleine zeilschepen. Verschillende factoren lagen hieraan ten grondslag. Vooral de invloed van de opkomende stoomvaart was een factor. Als matroos op een zeilschip had Jakob geen toekomst meer, maar wel als handelsagent.

In 1900 vertrokken Jakob en Marchiena naar Rotterdam. Met hun zes kinderen vestigden zij zich in de Oranjeboomstraat te Rotterdam. In die stad waren er veel meer mogelijkheden om een goed bestaan op te bouwen voor hem en zijn kinderen. Helaas hebben zowel Jakob als Marchiena van hun vertrek naar Rotterdam niet veel plezier gehad. Jakob stierf in 1904, 50 jaar oud en Marchiena overleed vijf jaar later op 52-jarige leeftijd.

Veendam in de negentiende eeuw. Bron: beeldbank Groningen. Rotterdam in de negentiende eeuw. Bron: archief Rotterdam.


links: Veendam in de negentiende eeuw. Bron: beeldbank Groningen.
rechts: Rotterdam in de negentiende eeuw. Bron: archief Rotterdam.

Juni

2024    

Juni 2024

Belevenissen van betovergrootouders Sjoert Jakobs Gruppelaar en Zwaantje Jans Pomper.


Sjoert Jakobs Gruppelaar en Zwaantje Jans Pomper kregen zes kinderen. Mijn overgrootvader Jakob Gruppelaar was de oudste uit dit gezin. Zoals vermeld was Jakob met vrouw en kinderen rond 1900 naar Rotterdam vertrokken voor meer bestaanszekerheid voor hem en zijn kinderen, Toen Jakob vertrok naar Rotterdam waren zijn ouders al overleden.

Zijn vader, Sjoert Jakobs Gruppelaar, is geboren op 27 augustus 1823 te Veendam in het geboortehuis Zuidwending 1026. Hij is overleden op 16 december 1882 te Veendam. Het huis aan de Zuidwending is twee eeuwen eigendom geweest van de familie Gruppelaar. In 1910 is het huis gesloopt.

Op 7 januari 1853 trouwde Sjoert Jakobs voor de tweede keer met mijn betovergrootmoeder Zwaantje Jans Pomper. Zij is geboren op 19 juli 1827 te Veendam en is overleden op 3 april 1891 te Nieuwe-Pekela.

Jeugd en opleiding van Sjoert Jakobs Gruppelaar

Over de jeugd van Sjoert Jakobs is weinig bekend. Als veertienjarige tiener voer hij al mee op de zeilschepen en leerde hij het vak van zeevaarder in de praktijk. Meevaren op een zeilschip als veertienjarige jongen was heel normaal. Deze jongens verzetten veel werk als scheepsjongen, kajuitwachter of koksmaat. Sjoert Jakobs was 15 jaar oud toen hij kok was op het schip, ”Petrus Jacobus.” De kok verdiende een paar gulden per maand en kost en inwoning waren gratis. Wie het werken met de zeilen, het splitsen van touwen of het koken van hooguit drie of vier gevarieerde maaltijden onder de knie kreeg, mocht blijven. Na enkele jaren vaartijd kon de rang van achtereenvolgens lichtmatroos, matroos o.g. behaald worden. Deze afkorting betekende dat de matroos, onder de gage, nog zonder het volle salaris zijn werk verrichtte. Daarna werd de zeeman matroos en tenslotte volmatroos. De opleiding tot matroos nam nogal wat jaren in beslag. Matroos werden de meesten rond hun drieëntwintigste levensjaar. Op twintigjarige leeftijd was Sjoert Jakobs lichtmatroos. De vaste maandgage bij die rang liep uiteen van 20 tot 35 gulden. Voor die tijd was dat een goede verdienste. Sjoert Jakobs doorliep alle rangen van de koopvaardij. Eerst jongmaatje, dan kok, vervolgens matroos en dan stuurman en tot slot kapitein. Sjoert Jakobs heeft het vak echt in de praktijk geleerd.

Toen hij negentien jaar oud was, kreeg hij in 1842 een oproep voor de vervulling van militaire dienst. Moest hij zijn opleiding onderbreken? Voorlopig werd hij echter niet opgeroepen en hoefde hij geen dienstplicht te vervullen. Zonder onderbreking kon hij zijn opleiding tot volmatroos afmaken. Op het legerdienst certificaat, opgesteld te Groningen op 18 november 1842, staat dat bij de loting van 1842 het nummer 120 op hem is gevallen. Op het document staat zijn signalement opgetekend. Zijn lengte was 1 el, 6 palmen, 5 duimen en 7 strepen. Omgerekend naar het metriek stelsel was dat ongeveer een lengte van 167 centimeter. Zijn gezicht was ovaal van vorm. Het voorhoofd was rond, de ogen zijn blauw, de neus was lang, de mond was groot en zijn kin was rond en het haar was blond. Er waren geen merkbare tekenen. Met zijn handtekening ondertekende hij het document.

Doordat men verschillende rangen in de praktijk moest doorlopen, werd men pas stuurman rond het 28e en kapitein rond het 33e levensjaar. In het jaar 1850 was Sjoert Jakobs stuurman op het zeilschip de “Jantina Margaretha.” Hij was toen 27 jaar oud en verdiende 28 gulden per maand. Helaas was een jaar daarvoor zijn eerste vrouw overleden bij de geboorte van hun dochtertje. Hij komt zijn verdriet te boven en trouwt opnieuw in 1853 met mijn betovergrootmoeder Zwaantje Jans Pomper. Twee jaar later is hij kapitein van het zeilschip, “Zwaantina”, een tjalk. Het schip vernoemt hij naar zijn vrouw met de naam,”Zwaantina.”

Voordat een schip vertrok moest in het monsterboekje de namen van de kapitein, de naam van het schip, de naam van de reder en de bestemming van het schip genoteerd worden. Over het loon van de kapitein werd op de monsterrol geen melding gedaan. De gages van de andere bemanningsleden werden er wel vermeld. De namen van de vrouwen en kinderen van bemanningsleden, die mee op reis gingen, werden meestal niet genoteerd. Soms werd er wel een kleine aantekening van gemaakt in de kantlijn van de monsterrol.

Datum: 03-03-1855 Scheepsnaam: Zwaantina. Scheepstype: Tjalk.

Bewaarplaats: Veendam, Gemeentearchief.

AchternaamVoornaaamRangGageWoonplaatsLeeftijd
FeksJanstuurman29niet vermeldniet vermeld
GruppelaarSjoert Jakobsschipperniet vermeldniet vermeldniet vermeld
WijkensHindrikkokniet vermeldniet vermeldniet vermeld

Juli

2024    

Juli 2024

Belevenissen van betovergrootouders Sjoert Jakobs Gruppelaar en Zwaantje Jans Pomper.


Het vergaan van zijn zeilschip, “Zwaantina.”

In 1853 trouwt Sjoert Jakob met Zwaantina. Pas getrouwd en twee jaar later in het bezit van een eigen schip de Tjalk “Zwaantina” moet hij zich gelukkig gevoeld hebben. Maar helaas, met dit schip liep het niet goed af. Op 13 oktober 1855 is het schip gezonken bij Nes aan de kust van het eiland Ameland. De burgemeester van Nes was strandvonder en onder zijn leiding is de bemanning gered en de lading geborgen. Van het schip bleef alleen wrakhout over.

Kustlijn Ameland

Kustlijn Amelend

Verging er een schip dan moest men snel de buit binnen halen, voordat de strandvonder alles in de wacht sleepte. Jutten mochten de eilandbewoners niet en alles moest gemeld worden aan de burgemeester. Hij was de strandvonder.

De wet van de strandvonderij geldt nog steeds. Als een eigenaar van een schip zich meldt moeten de goederen teruggegeven worden tegen betaling van berging. Anders worden de goederen openbaar verkocht. De vinder krijgt een derde deel van de opbrengst. Aangespoeld hout is echter populair. Jutters houden zich niet altijd aan de regels en eigenen zich goederen toe.

Jutten was vroeger belangrijker dan redden. Het vergaan van het zeilschip, “La Lutine,” tweehonderd jaar geleden wekt de goudkoorts nog steeds op. Het schip verging, oktober 1799, met een lading edelmetaal tussen Vlieland en Terschelling. De lading goudstaven is nog zoek en een groot deel van het goud en zilver ligt nog verspreid over de zeebodem.

Schepen werden soms misleid om aan goederen te komen. Voor de route langs het Waddeneiland naar de veilige haven werden vuren gestookt in het Vuurboetsduin te Ameland. Schepen, die terugkwamen, oriënteerden zich op deze vuren, maar helaas werden de zeilboten soms misleid en de verkeerde richting ingestuurd en het schip sloeg stuk. De eilandbewoners maakten zich meester van de aangespoelde spullen. Voor plunderingen deinsde men niet terug.

"Er is een sage bekend over het opzettelijk misleiden van de zeilboten.” Vissersweduwe Rixt leefde op het eiland Ameland met haar zoon van het jutten. Echter, zoon Sjoerd laat haar in de steek. Hij werd matroos op zee. De vrouw wilde dat haar zoon terugkwam en ze bedacht een plan. Ze stuurde een koe met een lantaarn aan de horens het hoge Oerdduin op. Een schip in nood volgde dit sein en liep stuk op de zuidkust en het schip zonk weg in zee. Helaas is haar zoon aangespoeld. Haar jammerkreet is bij storm nog steeds te horen.

De predikanten baden op de kansel wel voor een behouden vaart van de zeelieden. Maar vervolgens voegden zij er nog een boodschap aan toe: “Als er toch een schip moest vergaan, laat het dan voor de kust van ons eiland zijn.”

Zo heeft ook de Nicolaaskerk in het dorp Oost-Vlieland op het eiland Vlieland, uit 1605 ervan geprofiteerd. Het kerkinterieur werd opgebouwd met behulp van wrakhout en gevonden scheepmasten.

Eind achttiende eeuw kreeg men pas meer belangstelling voor het redden van mensenlevens. In 1825 had Ameland een reddingsboot en in 1836 kwam er een vuurtoren.

Waarschijnlijk is het vergaan van de Tjalk van kapitein Sjoert geen misleiding geweest, maar heeft hij op zijn zeereis andere problemen ondervonden. Misschien waren de weersomstandigheden slecht. Vele schepen verdwenen vroeger in de golven als de storm de boten huizenhoog opjoeg.

In de Leeuwarder Courant werd in 1855 het vergaan van de Tjalk vermeld.

19 oktober 1855 Leeuwarder Courant.

Leeuwarden, 18 oktober. De 13e oktober jl. is op het Oosteinde van het eiland Ameland, ten gevolge van in zee bekomen lekkage en andere schade op de reis van Ostrisöer naar Termunterzijl, gestrand het Nederlands tjalkschip Zwaantina, kapt. S.J. Gruppelaar, beladen met hout. De equipage, bestaande uit drie personen, is gered, en de lading en tuigage onder directie van de burgemeester geborgen. Het schip echter is, als geheel wrak geworden, verloren.

Ostrisöer is de vroegere naam van Risor. Het is een vissersdorp in Noorwegen en ligt aan het Skagerrak. Omstreeks 1570 kwamen er al Nederlandse schepen naar Risor om hout in te kopen. Zo kwam er bedrijvigheid en werd het een belangrijke handelshaven.

De haven Termunterzijl was de thuishaven van de tjalk “Zwaantina”. Het is een haven op de grens van de Dollard en de Eems en was eveneens een handelsplaats. De haven is ontstaan op een wierde aan de monding van de Munte en rond het midden van de 19e eeuw is het uitgegroeid tot een belangrijke vissers- en handelsplaats. Schepen exporteerden goederen naar Scandinavië en over de Oostzee tot aan Sint-Petersburg. Vooral turf uit de Veenkoloniën werd naar Noord-Duitsland vervoerd en op de terugweg nam men hout mee. De scheepvaart in de provincie Groningen kwam in het midden van de 19e eeuw tot een hoogtepunt. Jaarlijks passeerden gemiddeld 350 tot 400 schepen de sluis. De huidige sluis, aangelegd voor de verbetering van de afwatering, werd in 1725 voorzien van een stevige borstwering, de Boog van Ziel.”

de sluis Termuntenzijl de borstwering De boog van Ziel

De sluis Termuntenzijl en de borstwering “De boog van Ziel”

Augustus

2024    

Augustus 2024

Belevenissen van betovergrootouders Sjoert Jakobs Gruppelaar en Zwaantje Jans Pomper.


Schippersvrouw Zwaantje Jans Pomper.

Toen Zwaantje Jans Pomper op 7 januari 1853 trouwde met Sjoert Jakobs Gruppelaar wist zij hoe het leven van een schippersvrouw eruitzag. Misschien was ze voor haar huwelijk wel een keer meegevaren om te ervaren wat een zeereis betekende. Je moest tegen een leven aan boord kunnen. Soms ging een huwelijk niet door, omdat de omstandigheden aan boord, storm en ongeval en verveling en dicht op elkaars lip zitten een onveilig gevoel gaven. Zwaantje durfde het wel aan.
Het passagieren in de haven en souvenirs kopen voor thuis waren de mooiste momenten voor haar. Hoe ze haar kracht heeft gegeven aan haar man en kinderen is niet bekend. In de 19de eeuw had de vrouw in de veenkoloniale zeevaart een belangrijke rol. Ze bleef niet alleen thuis wachten op de terugkomst van haar man, maar voer actief mee. In de woning aan de wal bleven de kinderen achter en werden zij verzorgd door de grootouders. Jonge kinderen gingen ook wel mee aan boord. Kinderen achterlaten was voor moeder en kind vaak pijnlijk. Helaas werd op de monsterrollen meestal niet genoteerd dat de schippersvrouw ook aan boord was. Maar ze gaf haar krachten wel.
Uit brieven en correspondentie, maar tevens uit publicaties van tijdgenoten, zoals H.J. Top en Anthony Winkler Prins, is bekend dat het, behalve ondernemende, ook goedgeklede en geletterde vrouwen waren. Omdat haar man veelal eigenaar was van het schip, was het zeker niet ongewoon, dat zij meevoer en het schip als tweede woning zag. Zij kon haar vrouwelijkheid gebruiken om de zeelieden een geborgen gevoel te geven en het gemis van thuis te beperken en zij kende ook de technische kant van het zeemans bestaan en wist haar ‘mannetje’ te staan achter het roer.
Dit beeld van de vrouw achter het roer, die een schip bestuurde over het water, roept een herinnering op aan het gedicht, “De moeder de vrouw” van de dichter Martinus Nijhoff. Vooral de regels uit dit gedicht: “Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer, en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.” weerspiegelen een goed beeld van deze moedige vrouwen. Met een lied op hun lippen probeerden zij de angsten voor het ongeval op zee te bezweren. Deze vrouwen maakten naast verveling van alles mee, ziekten, schipbreuk en andere gevaren, zoals storm op zee en ijsgang. Ook miskramen en babysterfte aan boord van een schip kwamen voor. De kapiteinsvrouwen voeren soms meerdere reizen mee. Zoals vermeld werden hun namen helaas niet genoteerd op de monsterrollen. Wel kwam het soms voor dat ze er los bijgeschreven werden. Ze ontvingen geen gage voor hun werk op het schip.

Sjoert Jakobs Gruppelaar en Zwaantje Jans Pomper kregen zes kinderen. Mijn overgrootvader Jakob Gruppelaar is de oudste in dit gezin. Zoals vermeld is hij geboren op 10 oktober 1853 en is overleden op 13 september 1904 te Rotterdam.

September

2024    

September 2024

September 2024 - Belevenissen van betovergrootouders Sjoert Jakobs Gruppelaar en Zwaantje Jans Pomper.


Kapitein Sjoert Jakobs Gruppelaar.

Sjoert Jakobs is de tegenslag van het vergaan van zijn schip te boven gekomen en in 1859 werd hij schipper op het kofschip met de scheepsnaam, “Wilhelmina,” groot 38 lasten, 72 tonnen. Het bouwjaar van het schip is 1844. Het schip was eigendom van de reders K. en J. Wilkes. Sjoert Jacobs had de wind in de zeilen in deze periode van de zeevaart. In 1863 liep Sjoert Jakobs met het Kofschip, ´Wilhelmina”, schade op en moest hij uitzien naar een ander schip. Het schip was met een tonnage van 72 ton 19 jaar in de vaart gebleven.

15 december 1863 NRC –Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Termunterzijl, 11 december. Bij de jongste stormvloed in deze haven hebben nog schade bekomen de schepen Catharina Alida, kapt. Feiken en de Wilhelmina, kapt. Gruppelaar en Eelbrandina, kapt. Atzema.

In 1864 kocht Sjoert Jakobs zelf een kofschip en werd hij schipper en reder van het zeilschip “Zwaantina.” Vroeger kreeg zijn vergane Tjalk de naam “Zwaantina” en het nieuwgebouwde kofschip op een werf te Stadskanaal, werd weer vereerd met deze naam, tot vreugde van zijn vrouw Zwaantje.

Als kapitein gaf hij zijn bevelen op het schip en als reder exploiteerde hij zijn schip. Het is niet bekend of hij zijn aandelen in het schip deelde met andere partners. In een rederscontract werden de rechten en plichten vastgelegd.

Als kapitein en eigenaar van het schip koos Sjoert Jakobs voor het avontuur en voer hij voor eigen rekening en risico.

De schipper bezat over het algemeen weinig geld. Een goed schip kostte duizenden guldens; dus moest er meestal geleend worden bij familie en vrienden. Daarna werden in een acte van gelijkstelling bij de notaris de plichten tegenover de crediteuren vastgelegd. Na vier jaar varen verkocht Sjoert Jakobs de “Zwaantina’ weer.

De werf, waar het kofschip “Zwaantina” in 1864 werd gebouwd, was eenvoudig ingericht en gunstig gelegen aan het kanaal. Het schip was gebouwd bij L.P. Mulder aan het Boerendiep te Stadskanaal. Sjoert Jakobs maakte met zijn schip verschillende reizen in de Oostzee en over de Noordzee naar Engeland. Toen het schip de “Zwaantina” de werf afging moest het naar Groningen worden vervoerd. Helaas waren de kanalen ondiep en smal en moesten er vele bruggen gepasseerd worden. Dat was moeilijk manoeuvreren. Scheepsjagers liepen langs de kanalen en zij verhuurden hun paarden aan schippers om schepen te trekken. Toen het kofschip, “Zwaantina” van de werf afging, ontving Sjoert Jakobs een bewijs van betaling, een bijlbrief en meetbrief, een verklaring dat het schip op de werf te Stadskanaal gebouwd was. In de bijlbrief stonden de belangrijkste gegevens over de aankoop. Ook werd in deze documenten de afmeting van het schip en berekende inhoud vermeld. De bijlbrief had de schipper nodig om een zeebrief te verkrijgen. Een zeebrief was voor de Nederlandse eigenaar een paspoort voor varen op zee.

Vanaf de werf ging de eerste vaartocht van Sjoert Jakobs naar Groningen. In het havenkwartier van de stad moest het schip verder afgebouwd of gerepareerd worden, vanwege de moeilijke doorgang door de kanalen. In de noordelijke haven van het havenkwartier lag zijn zeilboot, na het afbouwen, te wachten op het vertrek naar zee. De zeilboot vertrok vanuit de waterweg de Aa door het Reitdiep, een slingerend riviertje naar de Lauwers zee bij Zoutkamp. Dit diep stond in open verbinding met de zee en tot in Groningen was eb en vloed merkbaar in de haven.

Vanuit Groningen vertrokken de schepen naar zee via de Aa

Vanuit Groningen vertrokken de schepen naar zee via de Aa. Het is het oudste havenkwartier van de stad.


Vanuit Groningen vertrokken de schepen naar zee via de Aa

Reiitdiep


Sjoert Jakobs bleef tot 1879 schipper van zijn kofschip “Zwaantina”. In verschillende kranten berichten werd vermeld, dat zijn vaartochten niet altijd voorspoedig waren. Na de verkoop van zijn schip bleef Sjoert Jakobs varen tot het eind van zijn leven. Meestal werkte hij dan als stuurman op een schip.

21 mei 1864 PGC –Provinciale Groninger Courant. Groningen, 20 mei. Vandaag arriveerde hier het nieuwgebouwde kofschip Zwaantina, kapt. S.J. Gruppelaar, van Veendam, groot 50 last, gebouwd bij H. Mulder (opm.: moet zijn L.P. Mulder, werf aan het Boerendiep) te Stadskanaal.

01 november 1865 NRC –Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Cuxhaven, 30 oktober. De Nederlandse schepen Jantje (opm. kof), kapt. J. Zuidland, van Amsterdam naar Lübeck, en Zwaantina (opm. kof), kapitein S.J. Gruppelaar, van Newcastle naar Stolpmünde, zijn hier voor noodhaven.

05 april 1867 NRC – Nieuwe Rotterdamsche Courant
Te Koogerpolder is gearriveerd het schip Zwaantina, kapt. Gruppelaar, van Londen met 94 tonnen raapzaad, adres Claas Honig & Zoon te Koog aan de Zaan.

6 december 1867 NRC – Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Bremerhaven, 2 december. Heden is alhier op de rede gekomen het Nederlandse kofschip Zwaantina, kapt. Gruppelaar, met een lading rijstmeel naar Amsterdam bestemd. Het schip is zwaar lek geworden en moet in de haven verhaald worden om te lossen.

07 april 1868 PGC – Provinciale Groninger Courant.
Advertentie. Mr. G. Baart de la Faille, notaris te Veendam, zal, op woensdag de 15e april 1868, des avonds te 7 uur, ten huize van de logementhouder Duintjer te Veendam publiek verkopen het in 1864 nieuwgebouwde kofschip Zwaantina, groot 64 tonnen, thans liggende in het Oosterdok te Amsterdam, met al diens goederen en toebehoren, zoals het laatst is bevaren door de scheepskapitein. S.J. Gruppelaar. De inventaris zal 8 dagen voor de verkoop op de gewone plaatsen ter lezing liggen.

Oktober

2024    

Oktober 2024

Belevenissen van mijn oudouders Jacob Sjoerds Gruppelaar en Feike Ottes Hekman.


De ouders van mijn betovergrootouders Sjoert Jakobs Gruppelaar en Zwaantje Jans Pomper zijn Jacob Sjoerds Gruppelaar en Feike Ottes Hekman.

Jacob Sjoerds Gruppelaar is 18 september 1785 gedoopt in de Grote Kerk te Veendam. Hij is overleden op 5 november 1848 te Zuidwending. Oudvader Jacob Sjoerds trouwde op 13 november 1815 met mijn oudmoeder Feike Ottes Hekman. Zij is geboren op 24 februari 1788 te Ommelanderwijk, Veendam. Zij is overleden op 11 november 1848 te Zuidwending.

Op 10 februari 1849 werd aangifte gedaan van de nalatenschap van mijn oudvader Jacob Sjoerds, overleden in 1848. Uit de akte bleek, dat zijn woning aan de Zuidwending 1002 in bezit bleef van zijn kinderen en kleinkinderen. Kadastraal was deze woning bekend met een tuin, onder nummer 612 met een grootte van 13 roeden en een huis onder een grootte van vier roeden, onder nummer 613.Volgens het metriekstelsel is een roede, een lengtemaat van 10 meter. De woning bestaat niet meer. In 1910 werd op deze plek een andere woning gebouwd. In de akte van de erflaters werd als eerste erflater genoemd, Sjoert Jacobs, mijn betovergrootvader.

Zuidwending 106 Aardappelmeelfabriek

Op Zuidwending 106 stond de woning van de schippers Gruppelaar. Bron: Archief Veendam.



Mijn oudvader Jacob Sjoerds Gruppelaar was stuurman en zijn loon bedroeg ongeveer 30 gulden per maand. Op verschillende monsterrollen werd zijn gage genoteerd.

De zeilschepen, waarop Jacob Sjoerds stuurman was, voeren met weinig bemanning, veelal vier tot zes personen. Jacob Sjoerd bestuurde in die tijd vooral smakschepen. Een smakschip was een rond gebouwde tweemaster met zwaarden, uitstekend boven de boorden. Met zijn platte bodem kon de zeilboot de rivieren opkomen. Met hun schepen haalde de bemanning vracht op uit de landen rond de Oostzee, Engeland en Frankrijk.

Woonruimte op een zeilschip. Bron: museum Lelystad.

Woonruimte op een zeilschip. Bron: museum Lelystad.

De schepen waren geheel van de natuur afhankelijk. Kleine veranderingen in weersomstandigheden kunnen grote gevolgen hebben. Op een dergelijk klein schip moest men op elkaar kunnen rekenen. Vaak werd er gevaren in familieverband en voelden men zich sterk aan elkaar verbonden. Een stuurman moest geduld hebben bij een verkeerde windrichting of windstilte. Storm kon het schip uit de koers slaan. Het schip besturen was een avontuurlijk karwei en vergde veel kennis. Voor een goede reis hoopte de stuurman het schip veilig de haven in te loodsen. Het zat mee als er geen storm op komst was en het schip niet vastliep in ondiep water bij de haven. De schippers moesten wel een beetje geluk hebben. Hopen dat er geen storm op komst was en wensen dat het schip niet vast kwam te zitten aan lagerwal. Helaas kwam er voor het laden en lossen wel veel kijken. Het verblijf in de haven kostte veel tijd. Soms was overslag van lading nodig in een lichtere boot en in de haven moesten vaak de nodige werkzaamheden aan het schip worden verricht. Andere gevaren waren er ook. In oorlogstijd voer de handelsvloot in konvooi. De Nederlandse schepen leverden zeeslagen om de handelsroutes veilig te stellen. De krijgsmacht blokkeerde havens om kapers te verhinderen uit te varen.

De woonruimte aan boord was niet groot. In de kooien sliep de bemanning met opgetrokken knieën. Er waren geen sanitaire voorzieningen. Kleding werd met zeewater gewassen en het hemd werd daardoor zo stijf, dat het rechtop gezet kon worden. De maaltijden aan boord waren eenvoudig, meestal bestaande uit erwten en bonen of een of andere stamppot met spek. Verder werd er veel hardbrood (scheepsbeschuit) gegeten. De hygiëne aan boord was slecht en soms moest er tegen de wandluizen gezwaveld worden.

Het leven aan boord was hard werken, weinig rusten en vooral goed gezond blijven.

November

2024    

November 2024

Belevenissen van mijn oud-ouders Jacob Sjoerds Gruppelaar, 1785-1848.


Stuurman Jacob Sjoerds was stuurman op verschillende zeilboten. In het begin voer hij meestal uit met een Smakschip. Deze zeilboot was ruim twintig meter lang, vijf meter breed en iets meer dan twee meter hol Het schip had een bezaansmast en luiken en roefjes. In de achttiende eeuw kostte een nieuwe smak 3000 of 4000 gulden. Dat was een smak geld. De bemanning bestond meestal uit een schipper, een stuurman, een matroos en een kok. Met het smakschip kon de vracht snel geladen en gelost worden De lading van het schip was zeer gevarieerd en bestond voornamelijk uit graan, hennep en hout uit de Baltische staten en zout en wijn uit Frankrijk. Jacob Sjoerds maakte reizen op verschillende schepen naar Frankrijk, Engeland en het Oostzeegebied. Als hij niet voer was dat voor reparaties van schepen of door bevroren waterwegen.

Jacob Sjoerds en vele andere zeelieden voeren ook uit zonder lading. Ze gingen “op avontuur ”om vracht te vinden. De vaart op de onbekende en voor Nederlanders onbevaren gebieden sprak sterk tot de verbeelding en werd gezien als een avontuur. Men wist van tevoren niet wat men zou aantreffen en welke handel er te drijven viel. Een voorbeeld van deze avonturiers was kapitein P.H. Hazewinkel. Hij vertrok in 1852 zonder vaste bestemming met zijn fregatschip en voer uiteindelijk rond de wereld.

Stuurman Jacob Sjoerds was verplicht via de stad Groningen, vanuit de Noorderhaven, over het Reitdiep en langs de ankerplaats, het Vlie, uit te varen naar zee. Helaas was het Reitdiep, de weg naar zee niet gemakkelijk bevaarbaar voor de schepen. De schepen moesten vaak getrokken worden door scheepsjagers. Het Diep was bochtig en ondiep.

Het Vlie was de ankerplaats ten zuiden van Oost-Vlieland en bood een beschutte plek voor handelsschepen, die wachtten op een gunstige zuidelijke of westelijke wind om naar de Oostzee te varen. Bij de rede, vond ook overslag van goederen plaats naar schepen met weinig diepgang, die de ondiepe geulen door de Zuiderzee (nu IJsselmeer) naar Amsterdam konden bevaren. Door ondiepte liepen de schepen vast. De schepen lagen voor Pampus. Pampus was een ondiepe vaargeul vlak voor Amsterdam. Scheepskamelen, de drijvers, werden verbonden aan de schepen, waardoor de boten minder diep kwamen te liggen en Amsterdam toch bereikbaar werd. Eind negentiende eeuw is daar het forteiland Pampus gebouwd. De vaarroute veranderde pas in de negentiende eeuw met het graven van het Noord-Hollands Kanaal.

Smakschip

Smakschip

Oorlogsschip in een drijfkameel

Oorlogsschip in een drijfkameel


Het riviertje, het Reitdiep, is nog aanwezig in dit oude Groningse cultuurlandschap, een agrarisch gebied van duizenden jaren oud. In de kwelders graast het vee en op de wierden leven de boeren. Daar waar meer zand is, groeit het graan. Het landschap met zijn wierden, sluizen en dijken maakt nog altijd de strijd tegen het water zichtbaar.

Reitdiep

Reitdiep

December

2024    

December 2024

De belevenissen van mijn oudgrootouders Sjoert Pieters Gruppelaar en Fennechien Jacobs


Mijn oud grootvader Sjoert Pieters Gruppelaar is geboren in 1753 en gedoopt op 28 oktober 1753 te Veendam en hij is overleden op 15 oktober 1831 te Zuidwending. Sjoert Pieters is op 11 juni 1775 te Veendam in ondertrouw gegaan met mijn oud-grootmoeder Fennechien Jacobs. Zij is gedoopt op 20 maart 1757 te Veendam en is overleden op 30 maart 1847 te Zuidwending. Zij is een dochter van Jacob Hindriks, geboren omstreeks 1720 en Annigje Berniers.

Kerkhof Veendam Fennechien is een sterke vrouw. Ze wordt negentig jaar oud en zet negen kinderen op de wereld. Zij wordt met recht vermeld als Fennechien Jacobs Negen. De voornaam Jacob komt veel voor in de familie. Deze naam is afkomstig van de vader van Fennechien.

Sjoert Pieters en Fennechien Jacobs leven in een zeer woelige tijd. Eind achttiende eeuw brengen zij hun kinderen groot in een tijd met veel tegenstellingen.

Tegenover elkaar stonden, de patriotten, die de macht van de stadhouder willen breken en de orangisten, die geloven dat God zelf de stadhouder heeft aangesteld. Na veel strijd krijgen tenslotte de patriotten met behulp van de Fransen de overhand en wordt op 19 januari 1795 de Bataafse Republiek gesticht. De Bataafse republiek omvat ongeveer het huidige Nederland. Eigenlijk wordt het grootste deel van Nederland een vazalstaat van Frankrijk. Franse troepen worden in de republiek gelegerd. Strijd wordt er niet geleverd.

De Bataafse Republiek kan zich in het begin nog vrij onafhankelijk van Frankrijk opstellen. Echter in 1806 maakt Napoleon Bonaparte een einde aan de Bataafse Republiek en wordt het koninkrijk Holland opgericht. Hij benoemt zijn broer Lodewijk Napoleon tot koning van Holland. Napoleon stelt in 1806 ook nog een handelsembargo in werking met Engeland. Dat is zeer nadelig voor onze handel. De scheepvaart in de Oostzee komt stil te liggen.

De Fransen hebben de omwenteling met de idealistische kreten, “vrijheid, gelijkheid en broederschap” misbruikt door heerschappij over Europa te krijgen.

De meningsverschillen tussen de conservatieven en de verlichting aanhangers zijn groot. De conservatieven zien in die tijd overal de hand van God in. Overstromingen, orkanen en blikseminslagen zijn, rampen door God gestuurd als straf op de zonde.

De mensen met verlichte ideeën willen meer invloed en spreken over gelijke rechten. In 1784 wordt de Maatschappij tot Nut van het Algemeen (’t Nut) opgericht. Het doel is het welzijn van individu en gemeenschap te bevorderen. Iedereen moet de kans krijgen zich te ontwikkelen.

De meeste zeelieden zijn goed ontwikkeld en kunnen lezen en schrijven. Oudgrootvader Sjoerd Pieters kan in ieder geval lezen en schrijven. Op verschillende akten ondertekent hij met zijn achternaam, Gruppelaar. De verplichting van een achternaam wordt pas tijdens de overheersing van keizer Napoleon ingevoerd. Officieel wordt de burgerlijke stand op 18 november 1811 ingevoerd, tijdens de regering van koning Lodewijk Napoleon Bonaparte.

Onbekend is of Sjoert en Fennechien veel hebben gemerkt van de politieke tegenstellingen. Misschien bereikt hen wel eens een oproerig pamflet. In die tijd worden veel politieke pamfletten verspreid over ons land. Het zijn belangrijke nieuwsbronnen.

Naast deze politieke gebeurtenissen komen er in de achttiende en negentiende eeuw veel natuurrampen voor. In deze kleine ijstijd zijn de winters koud. De rivieren vriezen dicht en op de Zuiderzee ontstaat een ijsmassa. De kanalen en rivieren stromen over en dijken breken. Bij storm storten huizen in en schepen vergaan. Zo veroorzaakt in 1825 een stormvloed veel schade aan de Waddenkust en Zuiderzeekust.

Twee zonen van Sjoert en Fennechien verdienen hun geld met varen op zee.:

Januari

2025    

Januari 2025

De belevenissen van Pieter Sjoerds Gruppelaar, 1792-1876.


Tjalk

Tjalk

Pieter Sjoerds, de broer van mijn oudouder Jacob Sjoerds, beleeft veel als schipper op de Oostzee. Op verschillende monsterrollen staan zijn functies genoteerd als matroos, stuurman en tenslotte als schipper. Uiteraard kregen al zijn schepen, waarover hij het gezag als schipper had, de naam, Nyssiena. Op deze manier eerde hij zijn vrouw Niessien Jacobs. Vanaf 1838 is hij schipper van het zeilschip de Tjalk, Nyssiena geweest. In de periode 1852 tot 1859 was hij kapitein van een ander schip, het zeilschip, de Smak, “Nyssiena” met een last van 46 ton. Van 1859 tot 1862 was Pieter Sjoerds Gruppelaar weer kapitein van een Tjalk, “Nyssiena”, met een last van 54 ton. Een last is 2000 kilogram waard en een ton is 1000 kg waard. Het bouwjaar van deze tjalk was 1850.

Tijdens de overheersing van de Fransen was het voor Pieter Sjoerds en andere zeelieden lastig om handel te drijven. De handel stagneerde in de periode van de Franse overheersing van 1806 tot 1813. Als stuurman had Pieter Sjoerds, na de Franse overheersing, gelukkig weer volop werk.

Monsterrol: 1817-3 Datum: 08-02-1817 Scheepsnaam: Vrouw Jeltiena.
Bewaarplaats: Veendam, Gemeentearchief.
AchternaamVoornaaamRangGageWoonplaatsLeeftijd
GruppelaarPieter S.matroos21niet vermeldniet vermeld
Vrede, deEilt Obbesschipperniet vermeldniet vermeldniet vermeld
Vrede, deObbe Eiltsscheepsjongenniet vermeldniet vermeldniet vermeld
WoldhuisJan Tjallingstuurman31niet vermeldniet vermeld


Monsterrol: 1820-26 Datum: 02-03-1820 Scheepsnaam: Vrouw Jeltiena.
Bewaarplaats: Veendam, Gemeentearchief.
AchternaamVoornaaamRangGageWoonplaatsLeeftijd
GruppelaarPieter Sjoerdsstuurman30niet vermeldniet vermeld
PotAlbert Edzesmatroos18niet vermeldniet vermeld
PrinsSacharias Janskok5niet vermeldniet vermeld
Vrede, deEilt Obbesschipperniet vermeldniet vermeldniet vermeld


Monsterrol: 1838-52 Datum: 26-05-1838 Scheepsnaam: Nyssiena Scheepstype: tjalk.
Bewaarplaats: Veendam, Gemeentearchief.
AchternaamVoornaaamRangGageWoonplaatsLeeftijd
GruppelaarJakob Pieterskok6niet vermeldniet vermeld
GruppelaarPieter Sjoerdsschipperniet vermeldniet vermeldniet vermeld
HeidemaEdze Lukasstuurman15niet vermeldniet vermeld


Route Eiderkanaal

Route Eiderkanaal

Vanaf 1838 is Pieter Sjoerds dus schipper geweest van de tjalk “Nyssiena “en maakt hij zeker zes keer een tocht door het Eiderkanaal of Sleeswijk-Holstein Kanaal om van de Noordzee naar de Oostzee te varen. Dit is een veilige route. Wel moet hij tolgelden betalen en dat is duur.
Vanaf 1784 is deze doorvaart mogelijk geweest en is er op dit kanaal tot 1895 veel scheepvaart. Pieter Sjoerds hoeft niet om Denemarken heen te varen en kan zijn reis verkorten. De tocht door het kanaal is 173 kilometer lang en het hoogteverschil tussen Kiel en de plaats Rendsburg-Obereiderseen is ongeveer zeven meter. Om deze verschillen te overbruggen moeten op verschillende locaties sluizen worden aangelegd.
Tegenwoordig loopt de verbinding tussen de Noordzee en de Oostzee door het Kielerkanaal, waarin delen van het Eiderkanaal zijn opgenomen. Op basis van de tolregisters is bekend wanneer Pieter Sjoerds vertrekt en wat hij heeft vervoerd naar zijn bestemming. Deze database is een neerslag op basis van de tolregisters.

DatumNaamThuishavenVertrekplaatsBestemmingLading
18-06-1838Gruppelaar P.S.VeendamGroningenOostzeeBallast
01-08-1838Gruppelaar P.S.VeendamDanzigAmsterdamTarwe
27-10-1838Gruppelaar P.S.VeendamAmsterdamDanzigStukgoederen
07-12-1838Gruppelaar P.S.VeendamDanzigAmsterdamRoggemeel
29-08-1840Gruppelaar P.S.VeendamLondenOostzeeBallast
20-09-1840Gruppelaar P.S.VeendamSønderborgEngelandBeenderen

Februari

2025    

Februari 2025

De belevenissen van de zoon van Pieter Sjoerds Gruppelaar, 1792-1876


Een redding op zee.

Een zoon van Pieter Sjoerds Gruppelaar en Niessien Jacobs Boiten is Sjoerd Pieters Gruppelaar. Hij is geboren op 16 november 1819 en is overleden 13 oktober 1909 te Veendam. Zijn beroep was conciërge, zeeman, schipper, zeekapitein, schilder. Hij klom op in rang tot kapitein en vanaf ongeveer 1850 tot 1868 was hij zelfs eigenaar en kapitein van het kofschip “Hillechiena” met bouwjaar 1851, afmeting 58 en 109 ton. In 1868 verkocht hij dit schip. De naam van het schip, “Hillechiena” was niet zomaar gekozen. Sjoerd Pieters was getrouwd met Hillechiena Geerts. Zij leefde van 1823 tot 1917. Uit dit huwelijk zijn elf kinderen geboren.

1 januari 1868
Krant: PGC– Provinciale Groninger Courant

Advertentie. Mr. J.C. van Slooten, notaris te Veendam, gedenkt op maandag de 27ejanuari 1868, des avonds te 7 uur, in het hotel Evers van de logementhouder J. Doewes, ten verzoeke van kapt. S.P. Gruppelaar, tegen contante betaling publiek te verkopen: het in den jare 1851 nieuw uitgehaald schoenerkofschip Hillechiena, groot 107 zeetonnen, hebbende nog klasse 5/6 G. 2.1, en zulks met al deszelfs op goederen, zoals hetzelve te Harlingen is liggende.

Met zijn schip de “Hillechiena” redde hij van het pas gebouwde schip “Amazon” in 1852 van de meer dan honderd passagiers, maar dertien mensen het leven. Voor meer dan honderd anderen was geen redding mogelijk.

De Amazon was op 2 januari 1852 vanuit Southampton naar West- Indië vertrokken. Het schip was prachtig en comfortabel. Het schip werd door stoom voortgestuwd. In geval van nood was het nog voorzien van zeilen en masten. Het raderstoomschip was wel van hout gebouwd en alleen onder de waterlijn met ijzer beslagen. Helaas stak er een storm op. De kapitein beval de stokers het vuur op te stoken. Er ontstond een brand. Het schip was niet meer te redden. Het kruit op het schip vatte vlam en het schip spatte met een geweldige explosie uiteen. Acht sloepen werden haastig te water gelaten. Een sloep sloeg stuk op de golven en een andere sloep vol vrouwen werd verkeerd losgemaakt en verdween in de donkere diepte. Slechts één sloep met dertien mannen aan boord kon gered worden door het kofschip “Hillechiena”. Kapitein Sjoerd Pieters Gruppelaar voer met zijn zeilboot richting het reddingsbootje en redde de dertien verkleumde en halfnaakte mannen. Op 11 januari liep het schip met de schipbreukelingen aan boord de haven van Plymouth binnen. Waarschijnlijk kwamen 110 bemanningsleden en passagiers om bij de brand op de Amazon.

Dit ernstige ongeval werd in verschillende kranten vermeld. Aan het moedige gedrag van kapitein Gruppelaar werd niet voorbijgegaan. Hij kreeg complimenten en een beloning.

20 januari 1852
Krant NRC – Nieuwe Rotterdamsche Courant.

Plymouth, 16 januari. Heden arriveerde alhier het Nederlands kofschip Hillechiena, kapt. Gruppelaar, van Amsterdam naar Livorno. Aan boord van deze bodem bevonden zich 13 personen van het verongelukte stoomschip Amazon, welke door kapt. Gruppelaar op 48º10’ N.B. en 06º52’ W.L. opgevist zijn.

26 mei 1852
Krant NRC – Nieuwe Rotterdamsche Courant.

Rotterdam, 25 mei. Bij het Departement van Buitenlandse Zaken zijn, door tussenkomst van het Britse gezantschap bij het Nederlandse hof, ontvangen, teneinde aan de belanghebbenden te worden uitgereikt, twee gouden medailles en twee kijkers, welke door de Britse regering zijn toegekend aan Roelf Remmerts Tunteler, kapitein van het schip Geertruida, en aan Sjoert Pieters Gruppelaar, kapitein en eigenaar van het schoenerkofschip Hillechiens, ter zake van hun menslievend gedrag bij gelegenheid van het in zee verbranden van het Engelse stoomschip Amazon.

25 januari 1853
Krant PGC – Provinciale Groninger Courant.

Veendam, 21 januari. De buitengewone vergadering van het hier gevestigde Zeemanscollege was hedenavond hoogst belangrijk. Zij was voornamelijk bestemd om hulde te doen aan den moed, het beleid en de menschenliefde, in het verleden jaar door twee van hun hier te huis behorende medeleden betoond in de redding van schipbreukelingen. Beider edelmoedige daden, in der tijd uitvoerig in onderscheidene binnen- en buitenlandse nieuwspapieren vermeld, waren bekroond, de ene door Hare Maj. De Koningin Victoria en het bestuur der Britsche Admiraliteit; de andere door de Zuid-Hollandsche Reddings-Maatschappij. De eervolle bewijzen daarvan werden heden openlijk en plechtig uitgereikt. Het eerste bestond in een gouden medalje en een kostbare telescoop, beide van toepasselijke op- en inschriften voorzien, toegekend aan kapt. S.P. Gruppelaar, voor de redding, op 4 januari 1852, van dertien aan de noodlottige brand van het Engelsche stoomschip Amazon met een boot ontkomen schepelingen, en welke door hem, na hen elf dagen aan boord van zijn schip de Hillechiena op het liefderijkst te hebben verpleegd, behouden te Plymouth zijn binnengebracht.
Het andere bestond mede in een gouden medalje, benevens een zeer vererend getuigschrift, door bovengenoemde Zuid-Hollandsche Maatschappij als een bewijs van erkentelijkheid en blijvend aandenken geschonken aan kapt. F.W. Pronk, voor het op een hoogst merkwaardige en gevaarvolle wijze redden der uit negen manschappen bestaande equipage van de Zweedse schoener Marie, gevoerd geweest door kapt. E.A. Ahrens, op de 7e oktober l.l.; wordende dit laatste bij afwezigheid van de edelmoedige redder in ontvangst genomen, om onverwijld aan hem te worden toegezonden, door zijn waardige vader, de oud zeeman W.F. Pronk.

De plechtigheid werd ditmaal bestuurd door de eerwaardigen heer A. Winkler Prins, leraar bij de Doopsgezinde Gemeente alhier, die hierbij een voortreffelijke en indrukwekkende redevoering hield over de gevaren, waaraan het zeemansleven onderhevig is.


Amazon

Maart

2025    

Maart 2025

De mislukte redding van Oetse Gruppelaar, 1851-1908, een zoon van Sjoerd Pieters Gruppelaar


Eén van de elf kinderen van Sjoerd Pieters Gruppelaar en Hillechiena Geerts was Oetse Gruppelaar. Hij werd geboren in 1851 en overleed in 1908 op de Noord-Atlantische Oceaan. Hij verloor daar helaas het leven bij een moeilijke redding.

In het dagblad, N.R.C. is eenige dagen geleden medegedeeld, dat de baggermolen Drague, gesleept door de sleepboot Oostzee van Rotterdam naar Bourgos, op de Portugeesche kust op drift was geslagen; dat dit vaartuig later op strand dreef en dat er een van de twee opvarende runners, Verschoor, werd gered. De andere, Gruppelaar, verdronk.

Het verslag in de Schager courant over de reddingspoging van de bemanning op de baggermolen staat hieronder vermeld:

De geredde zeeman heeft van zijn redding het volgende medegedeeld: Spoedig nadat de baggermolen los was gebroken, kwam een stoomschip in het gezicht, dat een sein opzette, doch door de runners op den molen niet begrepen en dus niet beantwoord werd. Dit schip vervolgde zijn koers. Kort daarop kwamen twee booten naderbij, een Noorsch stoomschip met hout beladen en een Engelsch stoomschip de Don Hugo. De Noorsche boot, die niet zoo gemakkelijk hulp kon verleenen, vervolgde zijn koers, doch de Don Hugo bleef.
Men vroeg den opvarenden van den baggermolen wat zij verlangden, waarop dezen antwoorden, dat zij gaarne zouden worden afgehaald of op sleeptouw genomen. De Don Hugo seinde terug, dat men zulks doen zou.
De kapitein van de Don Hugo liet de groote reddingboot gereed maken en riep vrijwilligers op voor het reddingswerk. Onmiddellijk boden zich aan de 2de- en de 3de-stuurman, de bootsman, twee kwartiermeesters en een matroos, die de boot bemanden en op reis gingen naar den molen. Voorzeker een gevaarlijke tocht in de woedende zee! Men slaagde erin goed en wel aan lei van den molen te komen. Verschoor sprong van den molen in de boot, doch Gruppelaar durfde den spring niet wagen. Men was dus genoodzaakt langszij van den molen te gaan om ook hem aan boord te nemen. Dit geschiedde. Nu echter lag de boot tegen den molen, die met zooveel vaart voor den wind afdreef, dat het onmogelijk bleek met de boot vrij van den molen te komen. Men werkte nu de boot naar het vooreind van den molen en juist was de kop vrij, toen de boot door een zee tegen de ladder werd gezet, klemgeraakte tusschen de emmers en opzij zoo goed als verbrijzeld werd.
Allen zagen kans over de ladder aan boord van den molen te komen. De boot sloeg los. Nu waren er acht menschen op den molen. De 2e-stuurman, die een roephoorn bij zich had. Riep den kapitein van de Don Hugo toe dat de molen in goeden staat was en verzocht hem te trachten den molen op sleeptouw te krijgen. Onmiddellijk begon het stoomschip vuurpeilen met lijnen af te schieten, doch tevergeefs. Een lijn kwam aan boord, doch brak. De molen dreef al meer naar de kust en naar gissing bevond men zich op 9-10 vd. water met de branding zeer nabij en de steile rotskust in het gezicht. Van de Don Hugo werd nu een 2-duims lijn met drie boeien naar den molen gedreven om zoodoende te trachten verbinding te krijgen; echter bleven deze boeien voor dit doel te ver weg. Drie man sprongen van den molen, zwommen naar de boeien en werden aan boord gehaald. Opnieuw werden boeien in zee gelaten, een lijn met 1 boei en een lijn met 3 boeien. Nu sprong Verschoor in zee, zwom naar de boei en werd ook ingehaald. De vier overigen durfden niet in zee springen en wachtten tot de boeien van boord te grijpen waren. Dit gelukte. De bootsman en Gruppelaar aan een boei. Ook dezen werden naar boord gehaald. Drie kwamen veilig aan boord. Bij het ophalen van Gruppelaar echter liet deze los, viel in zee en verdween. Verschoor werd aan boord van de Don Hugo liefderijk verpleegd en later geland te Huelva. Van de redders bekwam niemand eenig letsel. Alleen de bootsman was eenige dagen ongesteld, doordat hij te veel water had ingekregen. De moedige redders hebben hun leven in de waagschaal gesteld om dat van anderen te redden en de gezagvoerder van de Don Hugo heeft, zoodra hij den in nood verkeerenden baggermolen met bemanning bemerkte, niet geaarzeld pogingen tot redding aan te wenden, niettegenstaande de plaats, waar het reddingswerk moest geschieden, gevaar opleverde voor zijn eigen schip.” [Schager Courant, 22-11-1908]


Amazon
Op de foto is de sleepboot, “Oostzee”, te zien.
De foto is uit de collectie BASM/ stoom en duwvaart.
Deze stoomboot was in 1892 gebouwd op de scheepswerf van L. Smit te Kinderdijk.

April

2025    

April 2025

Mijn oud-overgrootvader Pieter Balsters is geboren op 16 januari 1725 te Tripscompagnie en is gedoopt met de naam Peter op 21 januari 1725 te Zuidbroek. Hij is overleden op 11 oktober 1806.


Mijn oudgrootvader Sjoert Pieters Gruppelaar is geboren in 1753 en gedoopt op 28 oktober 1753 en is overleden op 15 oktober 1831 te Zuidwending. Hij is een zoon van mijn oud-overgrootouders Pieter Balsters en Aaltje Sjoerds. Aaltje is geboren te Borgercompagnie en is gedoopt op 10 januari 1723 te Veendam. Zij is overleden in de maand juli van het jaar 1785, als de "vrou van Dikke Pieter Balsters". Na het huwelijk ging het gezin van Pieter Balsters wonen te Veendam.

Het nageslacht in directe lijn bleef tot begin twintigste eeuw wonen in de omgeving van Veendam, in de buurtschap Zuidwending. Het dorp Zuidwending is tijdens de turfafgraving in 1649 ontstaan langs de Zuidwendingerhoofddiep. Voor het vervoer van de turf werd dit Diep en vele andere kanalen gegraven.

Zuidwending aan het Zuidwendingerdiep

Zuidwending aan het Zuidwendingerdiep. Bron: Remeijer.nl en archief Groningen


Helaas is er weinig bekend over de arbeid die Pieter en Aaltje in deze eeuw uitvoerde in de provincie Groningen. Vermoedelijk werkte hij in de turfafgraving en landbouw. Hoe verder terug in de tijd, hoe meer landarbeiders er in de familielijn voorkomen. Pas in de negentiende eeuw verdienden de stamhouders hun geld meer met werken op zee.

Oude boerderij in het Oldtambt

ZOude boerderij in het Oldtambt. Bron: wiki.


Drassig Veenlandschap

Drassig Veenlandschap

Het woongebied, het Oldtambt, van Pieter Balsters was een leeg en uitgestrekt land, met rondom de dorpen, akkerbouw en verderop woeste gronden, heidevelden, meren en riviertjes met af en toe bosjes met berken. Het was een drassig land met hier en daar opgehoogde zandruggen en slecht onderhouden akkerbouw. In de meters dikke laag van het natte veen kon de reiziger wegzakken en voor altijd verdwijnen.

In de zeventiende en achttiende eeuw werd het veen overal afgegraven in Groningen. Dit veen heeft ons land eeuwenlang van brandstof voorzien en rijkdom gebracht. Voor het vervoer van het veen was het graven van kanalen essentieel. Via het stroompje de Pekel Aa werd de turf vervoerd naar de Dollard en werd het verhandeld in het buitenland. De schepen voerden verder en gingen met hun vracht tochten maken naar Bremen en Hamburg. Op de terugreis namen de schippers graan en hout mee.

Opgroeien in de achttiende eeuw viel niet mee. Er heerste een kleine ijstijd en natuurrampen kwamen vaak voor. Nog maar enkele jaren voor de geboorte van Pieter Balsters had de kerstvloed van 1717 in Groningen veel slachtoffers gemaakt. De dijken waren in slechte staat en braken door.

overstroming 1775

De eeuw eindigde met een zeer strenge winter. Toen het ijs los kwam braken de dijken opnieuw en vielen hele dorpen ten prooi aan het oprukkende ijs.
Helaas veranderde er in de eerste periode van de volgende eeuw niet veel aan de weersomstandigheden. Rivieren overstroomden bij harde regen en dijken braken en in de winter was het bitterkoud. Bij ijsvorming was geen scheepvaart mogelijk.

Als landarbeider moest Pieter Balsters de aarde bewerken en erover waken. De verbondenheid met de natuur was voelbaar. Het was een bestaan vol gevaren en dapper leverde hij strijd.
De voorouders moeten zich sterk bewust zijn geweest, dat zij voor hun arbeid op zee of in het boerenbedrijf sterk afhankelijk waren van de natuur, de weerselementen en de sociaaleconomische omstandigheden.

Mei

2025    

Mei 2025

Herinneringen aan de Tweede Wereld oorlog, 1940- 1945.


85 jaar geleden, 1940

Herinneringen aan mijn ouders in oorlogstijd.

Ondanks de oorlogsdreiging hadden mijn ouders, Jaap Gruppelaar en Maria de Vries, in de maand mei 1940 willen trouwen in Rotterdam. Helaas moesten mijn ouders door het bombardement op Rotterdam, mei 1940, hun besluit om te trouwen uitstellen.

Tijdens de inval op 10 mei 1940 werd er zwaar gevochten in de stad. Vliegveld Waalhaven was platgebombardeerd en de Duitsers rukten op door Rotterdam-Zuid. Rond het Noordereiland werd hevige strijd geleverd door de mariniers, die de Maasbruggen probeerden te behouden om zo verdere opmars tegen te gaan. Alles was tevergeefs. Het duurde de Duitsers te lang en een verzengend bombardement maakte een eind aan de strijd.

Het bombardement op Rotterdam werd op 14 mei 1940 tussen 13.27 en ongeveer 13.40 uur uitgevoerd door Duitse bommenwerpers in het kader van de Duitse militaire overval op Nederland. Het bombardement van een klein kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad. Er ontstond een alles vernietigende vuurzee. Er kwamen 711 mensen om, en ongeveer 80.000 inwoners werden dakloos.

Rokende stad. Bron: Stichting Oorlogsverhalen.

Rokende stad. Bron: Stichting Oorlogsverhalen.

Een maand later, op 19 juni 1940, trouwden mijn ouders alsnog te Rotterdam. Het huwelijk werd ingezegend in de gereformeerde kerk. De bruidsjurk was gemaakt van een zwarte stof. Het was een teken van rouw en verzet. Het bombardement was nog maar enkele weken geleden. Gelukkig had mijn moeder Maria een mooi wit boeket bloemen van Jaap gekregen. Pas getrouwd woonden ze te Rotterdam-Zuid aan de Wolphaertsbocht. Helaas waren veel van de gekochte meubels voor de inrichting van hun woning, besteld bij de gerenommeerde firma Jungerhans en opgeslagen in een loods van dit bedrijf, verloren gegaan door het bombardement. In één klap was alles weg. Ze kregen een schadevergoeding uitgekeerd.

Tijdens de meidagen 1940 en gedurende het bombardement werkte mijn moeder als kraamverzorgster, dag en nacht, in de kraamkliniek te Rotterdam. De zorg voor de zwangere vrouwen en baby’s ging door. Mannen werden opgeroepen deze verpleegsters te bewaken bij hun werkzaamheden.

Tijdens dit bombardement was de zogenaamde brandgrens dicht bij de kraamkliniek, waar mijn moeder Rie verbleef. Ze moet daar angstige momenten hebben beleefd. Op het dak van de kliniek keek zij vol afgrijzen en vervuld van angst neer op een brandend Rotterdam. De brandgrens was vlak bij de kliniek.

Periode 1940-1945

In de eerste drie jaren van de oorlog woonden mijn ouders te Rotterdam. In die periode werden twee kinderen geboren. Het leven ging door, ondanks de oorlog.

Helaas vonden er in Rotterdam telkens weer luchtbombardementen plaats.

Maart 1943 was er weer een bombardement in Rotterdam-West, waar 400 mensen hun leven verloren. Het was een Amerikaans bombardement en bedoeld voor het havengebied. Helaas werden woningen en industriegebieden geraakt.

In 1943 werd mijn vader opgeroepen voor het verrichten van diensten wat betreft de openbare veiligheid. Bij niet verschijnen op het politiebureau zouden dwangmaatregelen in werking gesteld worden, De dreiging van tewerkstelling in Duitsland was een zeer somber vooruitzicht en waarschijnlijk de voornaamste reden voor een vertrek uit Rotterdam. Het was niet onwaarschijnlijk dat hij zou moeten onderduiken, als hij met zijn gezin in Rotterdam zou blijven wonen. Mijn vader ging solliciteren op een baan, ver weg van Rotterdam en hij kon aan de slag als leraar te Elburg. Het gezin ging wonen in een oude grote pastorie te Elburg. Zijn broer woonde te Rotterdam en ontkwam niet aan de oproep. Hij werd opgepakt en in Duitsland te werk gesteld. Op de dag van de bevrijding was hij nog niet terug te Rotterdam. In zijn gezin werd het pas feest, toen hij veilig was teruggekeerd.

Door het verzenden van berichten naar familie en vrienden te Rotterdam, bleven mijn ouders op de hoogte van de oorlogsberichten. In maart 1944 zetten de Duitsers de omgeving rond Rotterdam onder water om de geallieerden dwars te zitten. Mijn familie zag de evacués uit deze gebieden langs komen. De stakkers werden in gezinnen opgenomen en moesten zich opeens aanpassen aan het verblijven in een stad.

Voor de verwarming van het grote huis te Elburg werd in die oorlogsjaren veel hout van de zolder gesloopt en opgestoken.

Aan het eind van de oorlog was in de winter van 1944 veel schaarste aan voedsel en brandstof. Veel voedsel voor de Rotterdammers kwam uit de gaarkeukens. De stroomvoorziening hield er ’s avonds mee op en er was bijna geen gas. In de stad werden bakkerskarren geplunderd. Op straat liepen uitgeteerde kinderen. Vooral in de steden was hongersnood. Mijn twee oudtantes, Ko en Jo, woonden in Rotterdam. Zij haalden hun eten ook op uit de gaarkeuken. Tot hun schrik viel een keer de pan met voedsel op de grond. Ze bedachten zich geen moment en schraapten alles zorgvuldig op en stilde daarmee hun honger.

Alles is op de bon en het voedseltekort in Rotterdam werd steeds erger. Een nichtje van mijn moeder Rie vroeg of zij bonnen over had voor melk en boter. Helaas werden de toegestuurde bonnen niet aangenomen. Gelukkig konden mijn ouders wel af en toe wat voedsel laten bezorgen bij de familie, zoals vlees, worst en boter.

Op 30 april 1945 gooiden de geallieerden tot vreugde van de Rotterdammers, vanuit hun vliegtuigen, voedsel neer op de Waalhaven te Rotterdam.

Tachtig jaar geleden, 1945.

Bevrijding te Elburg, april 1945

Bevrijding te Elburg, april 1945

In de periode te Elburg hebben mijn ouders groot risico genomen door Rosa, een Joodse onderduikster, in huis te nemen. Rond mijn geboorte heeft zij echter een ander onderkomen moeten zoeken. Ik was op komst en op advies van de huisarts hebben mijn ouders besloten dat zij weg moest. Gelukkig heeft Rosa de oorlog wel overleefd. Na mijn geboorte werd op donderdag 19 april 1945 in de kerk te Elburg een bevrijdingsdienst gehouden. Dat is nu tachtig jaar geleden.

Juni

2025    

Juni 2025

Herinneringen aan mijn ouders tijdens de wederopbouw in de jaren vijftig.


Vele mensen gingen na de Tweede Wereldoorlog uit Nederland emigreren en probeerden een beter bestaan op te bouwen. Zij keerden Holland de rug toe. Het was hier zeker chaos en veel moest opnieuw opgebouwd worden. Allerlei producten waren nog op de bon. Met hulp van de Amerikanen aan West- Europa, het Marshallplan, kwam Nederland er redelijk snel bovenop. In de jaren vijftig nam de welvaart toe.
Maar het besef van een redelijk snel economisch herstel kwam te laat voor vele immigranten. Mijn ouders hebben er ook over nagedacht of emigreren naar Amerika een optie was. Echter kozen ze uiteindelijk voor een kort verblijf in Indonesië.
Vermoedelijk is deze keuze gemaakt, omdat dit mijn vader mogelijkheden gaf om te studeren aan de hogere opleidingen, die in Nederlands- Indië werden opgericht. Hij is daar met een universitaire studie begonnen in de Nederlandse taal en geschiedenis. De twee studies heeft hij later af kunnen ronden in Nederland.

Passagiersschip Oranje van de Stoomvaart Mij. NL, gebouwd in 1939

Passagiersschip” Oranje ”van de Stoomvaart Mij. NL, gebouwd in 1939

Maart 1948 viel al de beslissing over de uitzending naar dit land in Azië. Uiteraard vergde een dergelijke reis veel voorbereiding.
Vanaf 1 september 1948 moest hij zich gereed houden voor onmiddellijk vertrek naar Indië voor een aanstelling als mulo onderwijzer. In december 1948 vertrok hij met het schip "de Oranje” naar de kolonie.
Tot zijn geluk kon hij zich in dit land op het eiland Java te Bandung vestigen. Het klimaat was daar goed. Hij bleef tot 21 januari 1952 in dit land werkzaam als leraar.


Op reis naar Indië met het schip de Johan van Oldenbarnevelt.

Op reis naar Indië met het schip de “Johan van Oldenbarnevelt.”

Het departement van onderwijs en eredienst verwelkomde hem hartelijk bij zijn taak van wederopbouw van het onderwijs in Indonesië met de woorden dat het land veel verwacht.

Het duurde even voor zijn vrouw en kinderen konden overkomen. Eerst moest hij voor huisvesting zorgen.

Op 28 maart 1949 vertrok mijn moeder Rie met haar drie kinderen naar Nederlands-Indië. De reis over zee met het schip, de “Johan van Oldenbarnevelt” duurde enkele weken. We sliepen op het schip in een grote slaapzaal met vier bedden boven elkaar. Onze slaapplek was afgeschermd met zeildoeken.


In de achtertuin van ons huis te Bandung met de dienstmeisjes.

In de achtertuin van ons huis te Bandung met de dienstmeisjes.

Op 17 augustus 1945 was door de Indonesische leiders Soekarno en Mohammed Hatta, twee dagen na de Japanse capitulatie, de republiek Indonesia uitgeroepen. Nederland erkende de republiek nog niet en streefde naar herstel van het koloniale gezag. Het bleef oorlog. Aan het koloniale bewind kwam pas een einde op 27 december 1949 onder internationale druk.


De reis terug naar Holland ging over zee met het schip de Sibajak

Het schip de ‘Sibajak.”

Mijn moeder is in 1951 al met de drie kinderen teruggekeerd naar Nederland. De dreiging van niet veilig voelen heeft daarbij een rol gespeeld. De reis terug naar Holland ging over zee met het schip de ‘Sibajak.”. In Apeldoorn vond zij een tijdelijke opvang in een pension aan de Amersfoortseweg.

Mijn vader moest zijn contract uitdienen en keerde in februari 1952 pas terug naar Nederland. Op donderdag 25 januari 1952 vertrok hij met het schip “ De Oranje" van Tandjong Priok naar Amsterdam.

Mijn ouders hebben geprofiteerd van de toegenomen welvaart in Nederland. En nog steeds zijn we een rijk land en leven we in vrede, al 80 jaar lang.

Tot slot


Een jaar lang heb ik op deze site wat verhalen neergeschreven over mijn voorouders.
Mijn voorouders hebben hun sporen nagelaten in de tijd.
Gebeurtenissen zullen zich herhalen als de aanrollende golven van de zee.
Er is eeuwig een nieuw begin in de tijd
Vertellen van verhalen en het verbeelden van het verleden, daar ga ik wel mee verder.

De volgende reeks verhalen, die ik zal plaatsen op deze website, zullen over de voorouders van mijn schoonfamilie gaan.


Creatieve Bezigheden


De persoonlijke portfolio en verhalen van Jacqueline Gruppelaar.
Schilderkunst, fotografie en familiegeschiedenis.

Navigatie

Contact


Heeft u belangstelling in mijn werk?
Neem contact op →



© 2025 Jacqueline Gruppelaar. Alle rechten voorbehouden.

Creatieve Bezigheden


De persoonlijke portfolio en verhalen van Jacqueline Gruppelaar.
Schilderkunst, fotografie en familiegeschiedenis.

Contact


Heeft u belangstelling in mijn werk?
Neem contact op →

© 2025 Jacqueline Gruppelaar.
Alle rechten voorbehouden.